Overdreven regelgeving op het platteland
| Tweede Kamer - Vragen |
(ingezonden 21 januari 2010)
1
Bent u bekend met het artikel «Regels leiden tot verpaupering van het platteland»? ¹)
Antwoord
Ja
2
Wat vindt u ervan zoals wordt weergegeven in dit artikel, dat een persoon wordt tegengewerkt omdat het volgens het college van B&W niet past in het buitengebied?
Antwoord
Ondernemerschap is een belangrijke aanjager van de Nederlandse economie, dat op elk bestuurlijk niveau zoveel mogelijk ondersteund moet worden. Het is onbevredigend als het ondernemerschap wordt bemoeilijkt door de beperkingen die volgen uit een bestemmingsplan of een structuurplan. Dit laat overigens onverlet dat de gemeente autonoom is in het regelen waar welke activiteit is toegestaan. De gemeenten maken daarin een afweging tussen meerdere maatschappelijke belangen, zoals economie, leefbaarheid op het platteland en in de kernen.
3
Bent u bekend met het feit dat de gemeente Berkelland detailhandel niet toestaat in het buitengebied waardoor het platteland dreigt te verpauperen?
Antwoord
De gemeente Berkelland bevestigt dat ze detailhandel inderdaad niet toestaat in het buitengebied. Onlangs heeft de gemeenteraad van Berkelland besloten dat, omdat in het regionale structuurplan is vastgelegd dat er geen detailhandel in het buitengebied mag plaatsvinden, de fietsenhandel in het buitengebied niet wordt
toegestaan en dat dit besluit gehandhaafd wordt. Een argument van de gemeente is ook dat zonder dit beleid de detailhandel uit de kernen in de gemeente dreigt te vertrekken en zich in het buitengebied zal vestigen, hetgeen ook effecten heeft op de leefbaarheid binnen de gemeente. Overigens zijn andere activiteiten wel
toegelaten in het buitengebied, zoals ook blijkt uit de hierna volgende vragen. Het vaststellen van een dergelijk beleid is een autonome bevoegdheid van de gemeente.
4
Deelt u de mening van de belangenvereniging dat dit beleid averechts werkt voor de plattelandseconomie, en deelt u de mening van de voorzitter van de Gebiedscommissie Berkelland, dat alternatieve bedrijvigheid als een fietsenhandel de leefbaarheid juist bevordert aangezien het de plattelandseconomie stimuleert?
Antwoord
Ik ben van opvatting dat het van belang is economische activiteiten in het buitengebied te behouden voor de leefbaarheid en economische vitaliteit in deze gebieden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen welke activiteiten op welke plek mogelijk zijn.
5
Deelt u de mening dat de beroepskeuzemogelijkheid wel erg beperkt wordt als ondernemers op het platteland slechts mogen «pottenbakken en manden vlechten»?
Antwoord
Nee. Mensen op het platteland hebben uiteraard allerlei mogelijkheden een beroep te kiezen. Als een ondernemer de keuze maakt om te ondernemen in het buitengebied zal dat binnen de mogelijkheden die daarvoor bestaan moeten gebeuren. Die mogelijkheden zijn ook binnen het bestaande beleid van deze
gemeente breder dan pottenbakken en manden vlechten, zo blijkt ook uit de formulering van de volgende vraag.
6
Deelt u tevens de mening dat er een oneerlijk onderscheid wordt gemaakt door de gemeente Berkelland als een palingrokerij en skiverhuur wel wordt toegestaan en een fietsenwinkel niet, terwijl het gebruik van fietsen veelvuldig is in deze regio?
Antwoord
Het is duidelijk dat er onderscheid wordt gemaakt naar activiteiten. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen welke activiteiten op welke plek mogelijk zijn.
7
Onderschrijft u de mening van de voorzitter van de Gebiedscommissie Berkelland dat de leefbaarheid van het platteland als gevolg hiervan vermindert, waardoor veel jongeren vertrekken?
Antwoord
Ik onderschrijf de noodzaak de leefbaarheid en economische weerbaarheid van het buitengebied in stand te houden. Ik constateer dat er binnen deze gemeente zorgen bestaan over de leefbaarheid van zowel de gemeente kernen als het buitengebied. Van de gemeente Berkelland begrijp ik dat er ook risico's zijn dat de
leefbaarheid in de kernen wordt aangetast als de detailhandel daar verdwijnt en zich vestigt in het buitengebied.
¹) TC Tubantia, 16 januari 2010.