Tweede Kamer - Moties                 

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Iraanse regering onverminderd doorgaat met repressieve activiteiten, journalisten de vrijheid van werken ontneemt en vreedzame demonstranten met bruut geweld bejegent;

overwegende dat deze gang van zaken om een krachtige diplomatieke reactie vraagt;

overwegende dat de Europese Unie tot dusver een voortrekkersrol heeft vervuld in het internationale protest tegen de Iraanse regering en Europese eensgezindheid cruciaal is voor de effectiviteit van dat protest;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat de EU en via de EU ook de bredere internationale gemeenschap een eensgezind en krachtig protest laat horen en maximale druk uitoefent op de Iraanse regering om universele vrijheden en fundamentele waarden te respecteren, het ambassadepersoneel onmiddellijk vrij te laten en intimidatie te beëindigen en dat in EU-verband scenario's worden uitgewerkt, waarbij verdergaande sancties, bijvoorbeeld op gebied van exportkredietverzekeringen, niet zijn uitgesloten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Haverkamp

Ten Broeke

Voordewind

 

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.