Verslag van de Europese Top van 18 en 19 Oktober in Lissabon
| Tweede Kamer - debatten |
Alleen het gesproken woord geldt
De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter, Het ontwerp-Hervormingsverdrag dat het Grondwettelijk Verdrag vervangt ligt er. Dit is hét moment om een inhoudelijk oordeel te vellen en de vraag te beantwoorden of een tweede referendum noodzakelijk is. Dat is de volgorde die de VVD-fractie al sinds januari bepleit en dat doen we dus vandaag.
Een verslag van het debat is te vinden op de website van de Tweede Kamer.
In januari – dus nog onder het vorige én demissionaire kabinet – formuleerde de VVD-fractie de twee centrale vragen die vandaag beantwoord moesten worden.
1) Is het grondwettelijk karakter verdwenen?
2) Is recht gedaan aan het Nee van de Nederlanders in 2005?
Ad1. het grondwettelijke karakter
In 2003 was het grondwettelijke karakter – het raken aan de Nederlandse grondwet 1) - voor de VVD-fractie dé reden om “uniek” en “eenmalig” een referendum mogelijk te maken 2).
De VVD heeft vervolgens dan ook op 14 oktober 2004 tegen een verdere verlenging van die Tijdelijke Referendumwet gestemd 3).
Die zouden we dan nu weer moeten opgraven. En dat tegen de achtergrond van een Raad van State-advies 4);, waarin op het ontstaan van “een structurele referendumvoorziening” wordt gewezen die weer raakt, zelfs ingaat tegen onze bestaande grondwet.
Voorzitter, daar was de VVD nooit en is de VVD nog steeds geen voorstander van. Het tweede referendum zal er trouwens niet komen. Dat weten we. Maar ook de VVD heeft besloten hier geen steun aan te verlenen. En dat is vooral terug te voeren op het feit dat:
(1) wij vinden dat het grondwettelijk karakter is verdwenen,
(2) dat overtuigend de weg terug naar af – naar het Verdrag van Nice – is afgelegd en
(3) dat daarbij voldoende recht is gedaan aan het Nee.
Het is nu een gewoon verdrag geworden dat dus een gewone parlementaire behandeling verdiend. Maar daarmee houdt alles op gewoon te zijn. “Back to normal” is voor Europa in dit huis geen optie meer. Wij zullen het vertrouwen moeten winnen dat Europa bij ons in goede handen is. De VVD realiseert zich dondersgoed dat we hiervoor ongewoon hard ons best moeten doen. Dat vertrouwen komt te voet en ging te paard. Een tweede referendum achten wij, om meer dan één reden, een paardenmiddel. Het zijn juist de kleine en grote stappen die genomen moeten worden die op termijn dat vertrouwen zullen terugwinnen. De resultaten die worden geboekt in het belang van Nederland zijn maatgevend. Vandaag de resultaten in het Verdrag, morgen op grond van het Verdrag. De regering draagt de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van dit resultaat. De VVD heeft haar verantwoordelijkheid genomen om, ook vanuit de oppositie, resultaten mogelijk te maken: de suggesties voor de oranje-kaart voor de helft van de nationale parlementen en de uitbreidingcriteria die nu ook ons eigen integratievermogen meewegen zijn daarvan het voorbeeld.
Het eerste resultaat is dat het grondwettelijke karakter is verdwenen.
Dit blijkt uit de volgende elementen:
• de naam van het Verdrag: een hervormingsverdrag van de verdragen van Rome en van Nice,
• de wijze van totstandkoming: een IGC in plaats van een conventie.
• het vervallen van de symbolen (de vlag, de euro, de hymne, de minister van BZ, wetten ipv richtlijnen),
• maar bovenal doordat het Handvest van de grondrechten niet meer integraal is opgenomen. Het is nu een verwijzingsartikel geworden waarvan het bindende karakter sinds 2004 al enkele malen is bevestigd 5); en dus op geen enkele wijze de grondrechten van Nederlandse burgers (in relatie tot EU-instellingen) wijzigt.
• Het raakt dus ook niet meer aan de Nederlandse grondwet die raadpleging van kiezers noodzakelijk maakte. Gezien vanuit onze rechtsorde is het zelfs een minder verregaand Verdrag dan dat van Nice (opname EVRM), Amsterdam (Justitie, asiel) en Maastricht (euro, buitenlands beleid) daarvoor.
• Deze bestaande en al door het Nederlandse parlement geratificeerde verdragen worden trouwens ook niet meer opnieuw ‘verpakt’ (deel III GWV) waardoor een tweede lezing eveneens te rechtvaardigen zou zijn.
Ze worden wel op onderdelen aangepast.
En daarmee is ook letterlijk tegemoet gekomen aan iets wat de huidige VVD-fractie in januari 2007 aanvullend wenste, namelijk dat we helemaal “terug naar af”, terug naar Nice – het Verdrag van Nice – moesten gaan. “Nice-plus”, zo verwoordden wij ons uitgangspunt. Een “Grondwet-min”, waarin alleen symbolen zouden zijn geschrapt – hoe belangrijk ook – hadden wij niet geaccepteerd! Voor de VVD-fractie was en is het grondwettelijk karakter nooit een kwestie geweest van alleen de symbolen. Niet zozeer de vlag, maar juist de lading die eraan gegeven werd, moest van tafel.
Ad 2. Voorzitter, Is er vervolgens Recht gedaan het Nee?
De conclusie van de VVD luidt dat dit grotendeels het geval is.
En het is onze taak die afweging en die interpretatie te maken, want wij hadden immers zelf om dat advies gevraagd.
Daar hadden wij geen Raad van State voor nodig, wél een definitieve verdragstekst. En zolang de inkt van dat Verdrag nog in de vulpen zat vonden wij dat regering en parlement tot de laatste snik moest vechten. Vechten voor een resultaat dat recht doet aan het referendum dat is geweest, in plaats van bekvechten of een nieuw referendum is gewenst.
Voorzitter, eerst een paar vragen over de laatste aanpassingen die ons uit Lissabon hebben bereikt. Want het gezelschapspelletje over het referendum in Nederland (‘tikkertje’ bij de oppositie met de PvdA als doelwit en bij de coalitie ‘verstoppertje’ achter de Kneuterdijk)…. dit gezelschapspel leidde niet alleen af van onze vertegenwoordigende taak, maar ook - in het zicht van de haven - tot enkele wijzigingen die de premier en de staatssecretaris voor onmogelijk hielden.
Voorzitter, zie ik het nu goed dat het mandaat op zijn minst is opgerekt nu de Polen alsnog dat systeem voor een blokkerende minderheid {Ioannina-clausule} 6) in het Verdrag hebben gekregen?
D.w.z. het systeem komt in een raadsbesluit, maar de mogelijkheid om het te wijzigen – bij unanimiteit (dus tot in de eeuwigheid?? i.p.v. 2014 - 2017) – …die mogelijkheid komt weer in een protocol en dan is er ook nog art.9c in het Verdrag zelf, waarin het systeem wordt genoemd?
Polen zou niets méér krijgen, zo verzekerden de MP en de Staatssecretaris mij telkens. Nu kunnen we alleen maar van “niets” afkomen door een unaniem besluit. Een besluit van niets dus! Hoe zit dat?
En dan wat ik wisselgeld heb genoemd. Die advocaat-generaal bij het Hof. Die blijkt nog eens extra te zijn uitbetaald aan een land dat nota bene de doodstraf overweegt en homo’s weigert te beschermen. Slecht gedrag wordt bij de Polen wel erg vaak beloond!
Voorzitter, wél gelukkig is de VVD daarentegen met de mogelijkheid bevoegdheden uit Brussel terug te halen. Dat completeert in onze ogen de meeste wezenlijke van alle verbeteringen in het Hervormingsverdrag: de fundamentele verbetering van de balans lidstaat versus Brussel in het voordeel van de lidstaten!
Voorzitter, de heer Timmermans heeft de Nederlandse pers in geuren en kleuren laten weten hoe hij, met gevaar voor eigen leven, de Commissie trotseerde om de Tsjechen te hulp te schieten.
Kan hij een simpel kamerlid van de VVD uitleggen hoe dat in zijn werk is gegaan?
In het verslag staat namelijk dat “Nederland de positie van de Tsjechen van meet af aan steunde”, maar toen ik u twee weken geleden vroeg of u zich er sterk voor wilde maken was het antwoord dat u niets meer zou ondernemen dat het mandaat zou aantasten.
Voorzitter, ik denk dat we moeten vaststellen dat in Europese onderhandelingen veel dingen heilig worden verklaard, maar ze dat zelden zijn. Dat begon dit jaar met 18 vrienden die hun Grondwet heilig verklaarden in Madrid en een Duitse bondskanselier en EU-voorzitter die in het Europees parlement verklaarde datzelfde document als uitgangspunt te nemen.
De Nederlandse regering, gedwongen door het Nederlandse parlement, dat uitdrukking wilde geven aan het advies van de Nederlanders, gaf in de brief van 19 maart aan zich weinig van dit heilige huisje aan te trekken. Niet de vriendschap met de Grondwet, maar die met de eigen bevolking stond voorop.
Door die houding ligt er vandaag een resultaat waarvoor de onderhandelaars een groot compliment verdienen!
Het is een resultaat dat in voldoende mate recht doet aan het Nederlandse Nee. Dat was geen Nee tegen de Europese samenwerking op nieuwe terreinen of ons lidmaatschap als zodanig. En dat is het vandaag nog steeds niet, zo blijkt uit het 21minuten-onderzoek van vorige maand. Maar dat wisten we al uit de berg onderzoeken die we al hadden doorgeploegd en van de inspreekavonden die we zelf hielden.
Het richtte zich wel tegen een Europa dat “te snel, teveel (te bemoeizuchtig vooral), te groot en te duur was geworden en dat over ons en zonder ons besluiten neemt”. En aan veel van die elementen is met het Verdrag dat vandaag voorligt tegemoet gekomen.
Ik loop er enkele langs:
• De bevoegdheidsafbakening tussen Brussel en de lidstaten is nu precies omschreven (art. 2/ Titel I) waardoor er geen sluipende bevoegdheidsoverheveling meer kan plaatsvinden.
• En waar ze de bevoegdheden delen (art.4), is Brussel vanaf nu de vragende partij (aldus protocol 8) en kunnen de lidstaten ook bevoegdheden terugnemen (verklaring Tsjechië -Timmermans)
• Overal waar bevoegdheden op justitieterrein worden overgeheveld worden ‘subsidiariteit’ en ‘proportionaliteit’ in stelling gebracht en geldt de gele kaart al bij een kwart van de nationale parlementen
• Of worden er noodremprocedures mogelijk gemaakt, zoals in strafzaken bij grensoverschrijdende zware criminaliteit en bij vaststellen van minimumstraffen (art. 69 e,f), of bij migranten die een beroep doen op onze sociale zekerheid (art. 42), terwijl we gewoon zelf over onze reisdocumenten blijven gaan (art. 69b)
• Blijft het veto op operationele politiesamenwerking (art. 69j) gewoon bestaan. Iets dat we overigens als Tweede Kamer – zonder referendum en alleen controle achteraf, maar kamerbreed (PVV en SP incluis) al hebben afgestaan bij het Verdrag van Prum!
• Prum is trouwens een type samenwerking met minder dan 27 lidstaten dat dit Verdrag juist vanaf negen lidstaten mogelijk maakt (art. 10), op speciaal verzoek van de SP! En met instemming VVD!
• En geldt er – ditmaal op speciaal verzoek van de PVV - een rode kaart per nationaal parlement inzake familierecht (art. 69d)
• Blijft bestaan – op speciaal verzoek van Gerrit Zalm - het veto op de meerjarenfinanciering van de EU (art. 269, 270), maar komt er wel eindelijk meerderheidsbesluitvorming om zondaars tegen het stabiliteitspact veroordeeld te krijgen (art. 99 – 104), en worden lidstaten zelf verantwoording schuldig voor de kwijting ofwel de uitgaven van bijvoorbeeld Nederlandse belastingeuro’s (art. 274): dus kom maar op met die verplichte lidstaatverklaring!
• Blijft het veto op belastingheffing, maar komt er nog ééntje bij voor fiscale maatregelen op energiegebied
• En alhoewel de rechtsbasis voor het nieuwe en noodzakelijk energie- en klimaatbeleid wordt gelegd (art. 100 en 174), gaan we zelf over de samenstelling van de maatregelen en de inrichting van onze energiehuishouding, maar liberaliseren we de sector wel!
• Over liberalisering gesproken. Wij blijven ongelukkig met het schrappen van de woorden “vrij” en “onvervalst” bij de concurrentiedoelstelling, maar zien dat gerepareerd (in protocol 6) door “de verzekering dat de mededinging niet wordt verstoord” en natuurlijk door de aangenomen VVD/CDA-motie die Nederlandse regering daartoe verplicht.
• Of de interne markt ook niet wordt verstoord door de DAEB/diensten van algemeen economisch belang (protocol 9) is voor de VVD nog maar zeer de vraag. Maar het “sociale protocol” dat voor ons het verdrag onverdraaglijk zou hebben gemaakt is uitgebleven. En eerlijk is eerlijk: als liberaal ben ik buitengewoon argwanend over dit corporatistische CDA/PvdA-speeltje, maar ik kan niet ontkennen dat het een beetje tegemoet komt aan het Nee.
• Een VVD-speeltje dat al dateert uit 2006 tenslotte is ook gehonoreerd en komt zonder twijfel tegemoet aan het Nee: de EU zal onverkort moeten vasthouden aan de eisen die we stellen aan nieuwe toetreders - de zgn. Kopenhagen-criteria - en zelfs als daaraan is voldaan moet ook vaststaan of wij er zelf wel aan toe zijn – het absorptiecriterium - (art. 34).
Voorzitter,
In vergelijking met de verworpen Europese Grondwet is de bevoegdheidsoverheveling nu afgebakend, ingeperkt en kan soms worden teruggedraaid op die terreinen die burgers het meest raken. Daarmee worden de federale ambities voor het eerst in vijftig jaar teruggedrongen. Dat komt het allerbest tot uitdrukking door de prominente rol die de nationale parlementen in dit Verdrag gaan krijgen (art 8c, protocol 2).
De suggestie voor de ‘oranjekaart’ die de VVD deed is door de regering met succes uitonderhandeld (protocol 2, art. 8) ondanks forse tegenstand van verklaarde federalisten als premiers Verhofstadt, Juncker en Prodi en het recente gemekker van Commissievoorzitter Barroso. Het haalt het institutionele bouwwerk niet onderuit maar voorziet haar van een nieuwe dynamiek, zowel in Europa als in eigen huis. Want met deze Verdragswijziging kunnen ook wij – de Tweede Kamer - niet langer ons stoepje schoonvegen met een beroep op Brusselse bemoeizucht. Wij hebben de onvrede en dus het Nee namelijk mede veroorzaakt!
Ik denk dan even terug aan onze vier inspraakbijeenkomsten in het land, voorafgaand aan de Top in juni. Ik denk aan die ondernemer in Den Haag die woedend was over Brusselse fijnstof maatregelen waardoor er in Nederland geen wegen en geen huizen meer kunnen worden gebouwd. Waardoor dit land stilstaat. Het gelijk van die man is niet alleen te vinden in de Europese hoofdstad 200 km hier vandaan. Het bewijs wordt geleverd binnen een straal van 2 km van onze vergaderzaal: in de Haagse Wagenstraat waar een elektronische paal de fijnstof registreert. Deze paal is net zozeer een schandpaal voor Brusselse bureaucraten als voor onze nalatigheid. Want binnen die straal staan de Haagse ministeries die de normen opdreven en zit het Nederlandse parlement dat de bemoeizucht liet passeren.
En wat voor de luchtkwaliteit geldt, gold al voor vogel- en habitatrichtlijnen, het feit dat Frankrijk 165 natura-2000 gebieden aanwijst en wij maar liefst 222, of de oppervlakte waterrichtlijn die ons zomaar een Betuwelijn kan gaan kosten. Dat alles is al gepasseerd. Maar dat geldt nog niet voor het anti-rookbeleid, voor duurzaam toerisme, obesitas en ‘samen voor gezondheid’ of zelfs de hypotheken.
En wat voor de Tweede Kamer geldt, geldt ook voor andere nationale parlementen: we kunnen niet langer achteroverleunen en Europese regelgeving laten passeren. Wij kunnen Europa maken en breken. Voor die ondernemer uit Den Haag, al die mensen op die inspreekavonden en diegenen die Nee en Ja hebben gezegd in 2005 geldt, volgens mij dat ze willen zien dat wij onze verantwoordelijkheid nemen om resultaten te bereiken. Om Europa te laten werken in Nederlands belang.
- Luchtenveld in TK (18 nov 2003): De VVD-fractie is over het algemeen geen voorstander van referenda. Zij is echter wel voor het houden van een referendum over de Europese grondwet. Eén van de belangrijkste argumenten voor dit referendum is dat bij herziening van de grondwet de burger wordt geraadpleegd door verkiezingen tussen de eerste en tweede lezing. In dit geval kan de burger alleen worden geraadpleegd door een referendum. Daarbij hebben wij ook rekening gehouden met de argumentatie van de Raad van State …(..) wij menen dat dit document vergelijkbaar is met de grondwet omdat er grondrechten zijn opgenomen”.
- Van Aartsen na fractie 11 sept 2003: “De fractie zal unaniem het wetsvoorstel van de PvdA, GL, en D66 steunen voor een eenmalig referendum. Wij vinden dat nodig omdat die Europese Grondwet, als die tot stand komt, diep zal ingrijpen in de belangen van Nederlandse burgers.. wanneer we de Grondwet in Nederland wijzigen dan binden we de Kamer en dan is er, voor dat de tweede lezing wordt georganiseerd, een kiezersuitspraak. Het zou heel vreemd zijn dat je, in dit geval, waar ook zulke ingrijpende vraagstukken aan de orde zijn, die kiezer zou overslaan”.
- Handelingen II 2004/05, blz. 644-645
- Raad van State, 12 september 2007
- RvSt-advies 12 sept. 2007 (p. 8,9): “vanuit juridisch perspectief is dit vooral een verduidelijking van de reeds bestaande binding aan grondrechten. Art. 6 EU-Verdrag bepaalt reeds dat Unie is gegrondvest op beginselen vrijheid, democratie…” “..dat het Handvest [..] in een aantal gedingen voor het Gerecht van eerst aanleg van de EG een rol heeft gespeeld…en inmiddels ook het HvJ EG”, “De verwijzing in het voorgestelde Hervormingsverdrag naar het Handvest, als gevolg waarvan het bindende kracht krijgt, moet in licht van vorenstaande worden beschouwd als bevestiging..[..]..Er is echter geen wezenlijk verschil ten opzichte van de bestaande situatie”.
- Zie concept-verslag Razeb 10 oktober 2007 (p. 9): Timmermans: De Ioanina-formule is niet in het verdrag opgenomen omdat het een politiek akkoord is dat niet als primair recht in een verdrag kan worden vastgelegd. Vgl. Timmermans in PM Europa van 25 oktober 2007: Zoals zo vaak in Europa moesten er nog wel wat problemen worden opgelost. In Polen stonden verkiezingen voor de deur en de Kaczynski’s werden steeds nerveuzer naarmate de peilingen hun rivaal Tusk winst voorspelden. Daarom werd het in juni bereikte compromis over verankering van bestaande afspraken voor de (politieke) verzwaring van de stemprocedure bij meerderheidsbesluitvorming (bent u er nog) weer wat anders uitgelegd door de Polen. Met een verklaring en een procedureel protocol is hiervoor een oplossing gevonden.
Brief van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken), mede namens de Minister-president: het verslag van de Intergouvermentele Conferentie inzake het EU Hervormingsverdrag, alsmede van de informele bijeenkomst van Staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie die op 18 en 19 oktober 2007 te Lissabon heeft plaats gevonden.
Tijdens de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie op 18 en 19 oktober te Lissabon werd overeenstemming bereikt over de tekst van een nieuw Hervormingsverdrag dat de Unie in staat stelt met 27 lidstaten beter, efficiënter, transparanter en democratischer besluiten te nemen over gemeenschappelijke uitdagingen en grensoverschrijdende onderwerpen.
