Tweede Kamer - Debatten             

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Er is een barrage aan vragen gesteld door leden van deze Kamer over het schietincident, mogelijk zelfs de standrechtelijke executie van elf Afghaanse terroristen in de buurt van Kabul in 2002. Het is een beetje ironisch dat we afgelopen maandag met de minister van Defensie spraken over het informatierecht van deze Kamer bij uitzendingen van militairen, en we vandaag constateren dat voldoende informatie over reeds uitgezonden militairen maar moeilijk te verkrijgen is. Een onderzoek door het OM zet niet het informatierecht van deze Kamer buiten spel. Terughoudendheid door de Kamer kan geboden zijn indien onze vragen dit onderzoek zouden belemmeren. Die afweging is echter aan ons. Mevrouw Peters sprak al over "sub judice", maar daar is nog niet eens sprake van, want als ik het briefje dat ons vanmorgen bereikte goed heb gelezen, is er nog niet eens sprake van een onderzoek. De minister van Defensie schrijft ons namelijk dat het OM vooralsnog alleen aan de marechaussee "heeft verzocht te bezien of niet eerder bekende informatie aanknopingspunten bevat die tot nader onderzoek aanleiding zouden kunnen geven." Volgens de minister gaat hier weer de nodige tijd overheen, en dan moet er alsnog een besluit komen over een eventueel OM-onderzoek.

 

Dat is op zichzelf onvoldoende reden om geen vragen uit de Kamer te beantwoorden, en al helemaal niet als ze zo vaak gesteld zijn, en zeker niet als de aanleiding in potentie zo ernstig is. Indien er een OM-onderzoek wordt ingesteld, moeten we vanzelfsprekend de minister van Justitie adresseren, en vanavond dus beide ministers. We willen wel graag antwoorden.

De VVD-fractie wil dat de minister van Defensie over een aantal zaken duidelijkheid biedt. Waren er bij zijn weten Nederlandse commandotroepen aanwezig op het moment waarvan nu digitale foto's in omloop zouden zijn? Foto's die verschrikkelijke beelden laten zien en die terecht veel vragen oproepen en wat ons betreft voldoende reden zijn voor nader onderzoek. Onder welke commandostructuur stonden deze troepen, het KCT, en in het kader van welke operatie werd er eigenlijk door hen geopereerd? Kan de minister uitsluiten dat de marechaussee is tegengewerkt bij onderzoekingen die zijn gedaan? Heeft het incident geleid tot andere vormen van samenwerking met de NDS, de Afghaanse veiligheidsdienst, aan wie gevangenen worden overgedragen door Nederland? Wanneer denkt hij dat het OM-onderzoek kan starten? Wanneer worden de overige vragen van de vijf collega's bij wie ik mij nu ter wille van ons informatierecht aansluit, naar behoren beantwoord?

Aan de minister van Justitie de laatste vraag. Kan hij uitsluiten dat het OM is tegengewerkt bij het doen van onderzoek of een beslissing daarna?

Minister Van Middelkoop:

: Voorzitter. Als er nu een verwijt echt misplaatst is, dan is dat wel dat deze minister of ministers niet bereid zouden zijn om de Kamer te informeren. Ik heb de goede gewoonte om dat wel te doen en ik zal beargumenteren waarom dat nu tijdelijk even een probleem is. Mevrouw Peters hoeft mij niet uit te leggen wat mijn constitutionele plicht is. Die ken ik heel goed. Het is mij zelfs een eer en genoegen om de Kamer altijd te informeren. Dus werp mij niet voor de voeten als zou er op dat punt sprake zijn van weigerachtigheid.

Het feitenmateriaal waar het over gaat, is aan de Kamer bekendgemaakt via de vragen die de heer Van Bommel in 2008 heeft gesteld. Ik wil dat feitenmateriaal laten staan zoals het er nu is. Ik wil het nog wel een keer voorlezen maar ik denk dat de leden die aan dit debat hebben deelgenomen die feiten wel kennen. De geschiedenis van 2002, dus ruim zeven jaar geleden, is in de loop van dit jaar opnieuw naar voren gekomen via radioprogramma's en via nieuw materiaal. Op enig moment heeft het Openbaar Ministerie besloten een nader onderzoek te verrichten. Ik heb dat herhaalde malen aan de Kamer meegedeeld. Er is evenwel een constitutionele werkelijkheid waar ik rekening mee heb te houden en ongetwijfeld zal de minister van Justitie bereid zijn om uit te leggen hoe een en ander zich tot elkaar verhoudt. Voor mij betekent het dat ik de feiten zoals die eerst aan de Kamer zijn meegedeeld en overigens ook al eerder in de openbaarheid zijn gebracht, nu moet laten staan, dat ik die nu niet moet gaan becommentariëren en dat ik er geen nieuw materiaal aan moet gaan toevoegen als ik dat al zou hebben, en wel om de simpele reden dat ik daarmee invloed ga uitoefenen op het onderzoek dat het Openbaar Ministerie is gestart. Dat doe ik niet, dat kan ik dus ook niet. Nogmaals, de minister van Justitie kan uitleggen waarom.

Zo gauw het Openbaar Ministerie een conclusie heeft getrokken wordt als het ware de vrijheid voor mij weer teruggevonden en zal ik natuurlijk de Kamer informeren, zoals dat is gevraagd. In 2002 is er op basis van de feiten die ons toen bekend waren, een onderzoek geweest. Toen heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat Nederlandse militairen niets te verwijten viel en ook heeft toen het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat de Nederlandse overheid geen rechtsmacht kon uitoefenen over eventuele Afghaanse verdachten omdat die zich niet in Nederland bevonden. Dat zijn al zeven jaar openbare feiten. Het simpele feit dat er nu een nieuw licht op schijnt te worden geworpen wat voor het OM reden is om er nog eens naar te kijken, betekent voor mij -- ik kan niet anders, men moet mij niet vragen om een constitutionele grens te passeren die ik niet mag passeren -- dat ik even moet wachten met het beantwoorden van de vragen aan de Kamer. Ik betreur dat, maar dat is de constitutionele werkelijkheid waar ik rekening mee heb te houden.

....

 

 

De heer Ten Broeke (VVD):

Bij mijn weten heeft de minister ons vanochtend gemeld dat er een verzoek is van het OM aan de marechaussee om te kijken of de mogelijk nieuwe feiten die door Argus naar voren zijn gebracht, aanleiding zijn voor onderzoek door het OM. Dat betekent dat er nog geen onderzoek van het OM is en dat betekent dat u hier gewoon de vragen kan beantwoorden, want u loopt helemaal niets in de weg en u loopt niemand voor de voeten. Ik zou zelfs bijna willen zeggen dat het voor de krijgsmacht misschien wel heel goed zou zijn als u hier vandaag een aantal onduidelijkheden zou kunnen wegnemen. Ik zou hopen dat u dat kon doen.

Minister Van Middelkoop:

De heer Ten Broeke moet nu niet een bijdrage gaan leveren aan het anders schrijven van de geschiedenis, ten nadele van de militairen, aangezien dat totaal niet gerechtvaardigd is gezien de feiten die ik destijds, in 2008, heb meegedeeld aan de heer Van Bommel. Ik neem aan dat de heer Ten Broeke zich ook heeft voorbereid en dat hij die heeft gelezen. Daar zit ook de conclusie van destijds bij dat het Openbaar Ministerie het na beoordeling van de feiten niet nodig heeft gevonden om een strafrechtelijk onderzoek te gaan houden.

Bij het nalopen van de constitutionele plicht -- om de term van mevrouw Peters te gebruiken -- die op mij rust om de vragen van de laatste maanden te beantwoorden, werd ik geconfronteerd met de opdracht van het OM aan de Koninklijke Marechaussee om een nader onderzoek te verrichten. De minister van Justitie zal ongetwijfeld bereid zijn om de formele kant van zo'n procedure nog eens uit te leggen. Voor mij was de mededeling dat er strafrechtelijk iets was gestart, voldoende.

Dan is het om redenen die ik zo-even heb genoemd volkomen normaal voor een minister om zijn mond te houden. Het zou zeer ongepast zijn -- u zou mij hebben gekielhaald -- als ik daar tussendoor opmerkingen over had gemaakt.

De heer Ten Broeke (VVD):

Maar er is nog geen strafrechtelijk onderzoek gestart, er is nog geen OM-onderzoek gaande. Er is alleen de intentie van het OM, mochten er nieuwe feiten aan het licht komen, om een onderzoek te starten. Het is nu juist vanwege het blazoen van de krijgsmacht, dat mogelijkerwijs onterecht besmet is geraakt, dat wij hier zo snel mogelijkheid duidelijkheid over moeten hebben. Dat is de reden waarom u hier onze vragen moet beantwoorden. Of u moet zeggen: nee, we zijn op weg naar een OM-onderzoek. Dan is het logisch, dan kunnen we onze inhoudelijke vragen wellicht parkeren. Dan zijn we bij de andere minister aan het goede adres.

Minister Van Middelkoop:

Ik vraag de heer Ten Broeke om iets voorzichtiger te zijn en niet ineens te praten over het bevlekte blazoen van de Nederlandse krijgsmacht. Ik vind dat volstrekt misplaatst. Daar is geen sprake van. Dat is een conclusie die door geen enkel feit wordt onderbouwd.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dit vind ik onacceptabel. Ik heb niet gesproken over dat blazoen, u begon er net zelf over. U begon mij ervoor te waarschuwen dat ik deze vragen niet in deze lijn zou moeten stellen, omdat ik daarmee de krijgsmacht in een kwaad daglicht kan stellen. Het omgekeerde is het geval. Wij willen nu juist dat mogelijk onterechte aantijgingen aan het adres van de krijgsmacht zo snel mogelijk worden weggenomen. Er zijn nu wellicht nieuwe aanleidingen. Daar kijkt de marechaussee naar op verzoek van het OM. Er is dus nog geen sprake van een onderzoek door het OM. Dan is er volgens mij geen constitutioneel beletsel voor u om hier vragen te beantwoorden, tenzij ik het staatsrecht volledig verkeerd heb begrepen. Maar misschien kan de minister van Justitie dat ophelderen.

Minister Van Middelkoop:

Ik denk dat dit een goede overgang is. Ik kan de vragen die hier liggen niet beantwoorden om redenen die ik al een paar keer naar voren heb gebracht. Hoe dat verder formeel in elkaar steekt, hoe de relatie tussen de Koninklijke Marechaussee en het OM is en wat de procedurele volgorde van zaken is, legt de minister van Justitie graag uit. Maar voor mij was het feit dat het OM die opdracht had gegeven aanleiding -- en nogmaals, dat zou voor elke minister hebben gegolden -- om te wachten met het doen van nieuwe mededelingen, nieuwe uitspraken over het historisch materiaal uit 2002. Ik zou het anders willen, maar ik kan het op dit moment niet.

 

Kllik hier  voor het volledige verslag.