Tweede Kamer - Debatten             

MdV.,

Morgen stemt deze Kamer in met een wijziging in ons Reglement van Orde dat zowel het “instemmingsrecht” verlengd op Europese besluitvorming inzake Justitie – en Binnenlandse Zaken, als ook – en daar ben ik zo mogelijk nog tevredener over – met de instelling van een “behandelvoorbehoud” op, de volle breedte van, alle Europese besluitvorming. Het behandelvoorbehoud is iets dat reeds 16 EU-lidstaten bezaten, Nederland kreeg het vorig jaar via een amendement op de goedkeuringswet op het Verdrag van Lissabon. Het amendement is van CU-VVD oorsprong. Het rapport dat leidde tot de verandering ons Reglement eveneens. Niet helemaal zonder precedent.

 

MdV,

Vandaag spreken we namelijk over eventuele wijzigingen van art. 100 van de GW – waarvan de geestelijk vader, de huidige minister van Defensie én de CU, Van Middelkoop is – n.a.v. de aanbevelingen in het het rapport-Van Baalen[1], “Inzet met instemming”. Die is weer van de VVD. Hierbij mijn waardering en complimenten voor de heer van Baalen. Hierin wordt voorgesteld in de Grondwet vast te leggen dat de inzet van de Nederlandse krijgsmacht buiten de landsgrenzen de expliciete toestemming van de Kamer behoeft. Hierop vroeg de regering weer het advies van de AIV[2] die een jaar later het rapport- “Inzet van de krijgsmacht””publiceerde.

Daarin concludeerde men dat er geen noodzaak was om de gegroeide praktijk van parlementaire instemming bij operaties t.b.v. de internationale vrede en veiligheid op meer formele wijze vast te leggen in de Grondwet. Aanscherpen en verduidelijken van de bestaande regels, en bijvoorbeeld het “Toetsingskader 2001” acht het adviescollege wel noodzakelijk.  

Vrz,

Niemand ontkent het belang van groot politiek en maatschappelijk draagvlak bij de uitzending – in harms way – van onze militairen. Niemand ontkent ook de noodzaak dat het parlement over de besluitvorming voor een dergelijke uitzending moet worden ingelicht.

Centraal staat de vraag hoe die betrokkenheid van de Staten Generaal zou moeten worden vastgelegd in de Grondwet én of de reikwijdte van het huidige artikel 100 moet worden uitgebreid tot alle types operaties van de krijgsmacht en ook buiten de landsgrenzen.  De VVD is NIET overtuigd dat dit NIET noodzakelijk zou zijn. M.a.w. onze centrale vraag aan deze regering is:

·         wat is er nu eigenlijk op tegen om dit recht grondwettelijk vast te leggen? 

Vrz,We kunnen op dit moment vaststellen dat het parlement beschikt over een ‘materieel’ instemmingsrecht. Dat heeft te maken met de grondwettelijke plicht van- en de heersende praktijk door- de regering om ons tevoren in te lichten over de uitzending van militaire eenheden.

  1. Maar omdat er soms toch weer twijfel ontstaat over onze materiële rechten vanwege de vloeibaarheid van het staatsrecht, die wij immers elke dag met elkaar schrijven, zou het goed zijn in dit zo wezenlijke geval ook formeel vast te leggen. Er mag immers geen enkele twijfel bestaan.
  2. Onduidelijkheid zou bijvoorbeeld kunnen ontstaat omdat in het rapport-Van Baalen over een “instemmingsrecht” wordt gesproken (bedoeld wordt dat parlement al dan niet instemt met een besluit dat eerst door de regering is genomen), terwijl het AIV-advies van de regering juist de nadelen van een “medebeslissingsrecht”op de korrel neemt. (Bedoeld wordt in dit geval dat de regering een voorstel tot besluit naar het parlement zendt en geen écht besluit kan nemen. Hierdoor zou een gedeelde verantwoordelijkheid ontstaan). Dat is volgens de VVD een gevaarlijk glijdende schaal.
  3. Voor alle duidelijkheid: de VVD wenst juist een aanscherping van de huidige situatie om de rollen: “regering regeert en parlement controleert”, goed gescheiden te houden. Ik zal het nog duidelijker stellen: parlementen zenden geen troepen en halen ze – bijgevolg – ook niet terug. Het besluit daartoe neemt de regering, zij meldt ons dat via een artikel-100 procedure. Wij stemmen vervolgens al dan niet toe met uitzending of terugtrekking en verbinden daar eventueel voorwaarden aan. Zoals bij de laatste Uruzgan-missie.
  4. Ik zou derhalve ook wat helderheid in ons woordgebruik willen aanbrengen. Omdat wij altijd kunnen instemmen of niet met een aan ons voorgelegd besluit, is het beter te spreken van een “toestemmingsvereiste”. Dus: zonder toestemming van het parlement kan de Nederlandse krijgsmacht niet worden ingezet buiten de landsgrenzen. (M.u.v. lid 2, art 100=gebruikelijk bij uitzending)
  5. maar er is geen “toestemmingsvereiste”vervat in art.100. Het huidige art.100 maakt het de regering namelijk niet onmogelijk – praktisch noch juridisch – over te gaan tot inzet (of ter beschikking stelling) van de Nederlandse krijgsmacht zonder dat daar voorafgaande toestemming is verleend door de Staten Generaal.

 

Ik verwijs hierbij naar het betoog[3] van de heer Besselink waarin hij er terecht op wijst dat de vertrouwensregel - hij wijst daarbij op de reeds sinds 1848 van kracht zijnde ministeriele verantwoordelijkheid waarin ons parlementaire stelsel immers zijn grondslag vindt (art.42, lid 2) - het ondenkbaar maken dat niet vooraf toestemming wordt gezocht.

Om art.100 dan ook binnen de gewone werking van ons stelsel te plaatsen bepleit ook Besselink een grondwettelijke of wettelijke regeling om aan onduidelijkheid een einde te maken en de parlementaire praktijk te codificeren. Besselink, maar ook de VVD-fractie, is niet duidelijk waarom een “formeel instemmingsrecht” aan het parlement zou moeten worden onthouden.

Art.100 schept nu wel een inlichtingenplicht, maar onthoudt de Kamers een ‘formeel instemmingsrecht’ of “althans beoogt het stellen van de eis om uitdrukkelijke toestemming te vragen, te vermijden”. Waarom, vraagt ik u? En zeker vraag ik dat aan de heer Van Middelkoop, die als GPV-Kamerlid, precies dat met zijn motie van 21 december 1994, beoogde. Kunt u het betoog van de heer Besselink nu eens geheel en gemotiveerd bestrijden, want mijn fractie is verre van overtuigd door de afwerende houding die deze regering aanneemt, nadat vele regeringen dat hiervoor trouwens ook al deden. Eerlijk is eerlijk!  De heer van Bommel wees er al op: VVD dacht destijds dat geopeerde praktijd voldeed. Collega Van Baalen heeft dat tekorschietend inzicht ruimschoots gecompenseerd met de Commissie.

Vrz, juist van de heer Van Middelkoop zou een andere houding mogen worden verwacht. De uitvoering van zijn eigen motie werd destijds twee jaar getraineerd, totdat Defensie-ambtenaren ineens kwamen buurten. In een interview met de heer Van Middelkoop in NRC[4], eind 2005; spreekt hij over “verrommeling” van de procedures op het moment dat geen ‘kabinetsbesluit’ maar een “voornemen daartoe” aan de Kamer wordt voorgelegd (Uruzgan-I, die u overigens behalve aan D66 mede toeschrijft aan “buitengewoon slecht crisismanagement van premier Balkenende”- pikant!), maar waarin ook u het art.100 omschrijft als niet meer dan “vastleggen dat de regering bij uitzending een bijzondere informatieplicht heeft”.

Voorts spreekt u over het “materiële instemmingsrecht” in termen van een “bijzondere liturgie die Kabinet en Kamer hebben ontwikkeld”. Als katholiek spreekt me dat wel aan, maar u zou die “eredienst” toch eigenlijk willen vastleggen? Dan “staat het immers geschreven”, nietwaar? Toch zijn ook andere hoofdrolspelers hier interessant. Wat te denken van de heer Koenders die deel uitmaakte van de Commissie-Van Baalen? Nu deze Kamer in meerderheid mijn motie-spuugzat, waarin de regering wordt opgeroepen met één mond te spreken, vorige week heeft verworpen zou ik hem hierover graag nog eens horen. Maar hij zit hier niet bij. Wellicht dat zijn partijgenoot Ter Hoorst een duit in het zakje doet.

Maar misschien dat minister-Verhagen ons uit de brand kan helpen. Als fractievoorzitter van het CDA was hij een fervent voorstander van een scherpere omschrijving van het instemmingsrecht. In de Volkskrant[5] in juli 2005 – n.a.v. de Dutchbat-aflossing, beschrijft hij hoe “onduidelijkheid” kan leiden tot “het meezuigen van Kamerleden in de besluitvorming”en die er weer toe leiden dat “we onze controlerende taken kwijtraken”. Speciaal voor de heer Van Dam had ik dit citaat even opgezocht!

MdV,de drie door mij genoemde heren zitten nu alle drie in het kabinet en vergasten deze Kamer al ruim een jaar met oprispingen die leiden tot grote onduidelijkheid over de mogelijke missie-verlenging in Uruzgan.

Het trio Van Middelkoop, Koenders en Verhagen – laten we zeggen het trio “Spartelen, Spinnen en Twitteren” levert misschien wel de beste bewijsvoering aan waarom heldere afspraken en procedures tussen Kamer en Kabinet over troepenzendingen essentieel zijn. Nu meer dan ooit.

Vrz, het ging de Commissie-Van Baalen juist om zorgvuldigheid, ook en vooral als haast geboden was. Hans van Baalen[6] sprak zelf over een snelkookpan-procedure en schetste het dilemma alsvolgt:“Moet de Kamer voorafgaand aan een NAVO-vergadering de regering instructies meegeven of wachten waarmee de regering thuiskomt? In dat laatste geval kan de Kamer weliswaar nee zeggen, maar dan zet je de verhoudingen met de bondgenoten op het spel en ontketen je een prestigestrijd tussen Kamer en Kabinet”.

De VVD wil niet de fout van Srebrenica herhalen: meeregeren in plaats van controleren. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht, de Kamer heeft geen Chef Staf Defensie, geen inlichtingenapparaat en beschikt niet over de informatie om zelf een besluit te kunnen nemen. Maar de huidige situatie is er één waarbij we feitelijk ons controlerecht hebben ingeruild voor een informatierecht. En dat kan leiden tot rare situaties, waarbij ik er enkele wil schetsen: 

1.       hoe valt eigenlijk te voorkomen dat bij formatieafspraken geen uitruil wordt toegepast? Laten we zeggen: geen referendum over Europa in ruil voor een terugtrekking uit Uruzgan? Welke garantie heeft de Kamer dat de speelruimte voor achterkamertjes bij zulke belangrijke besluiten niet helemaal nul is?

2.       wat gebeurt er als er geen stabiel bestuur in Nederland zou zijn? Bijvoorbeeld in het geval van een demissionair kabinet, een verkiezingsuitslag die niet tot de vorming van een nieuw kabinet leidt, een koningscrisis of welke andere denkbare crisis dan ook? Let wel; uw standaardantwoord dat het niet waarschijnlijk is dat juist dan over troepenzendingen moet worden besloten interesseert me niet, het gaat er hier om dat we die mogelijkheden uitsluiten juist vanwege het enorme belang van brede parlementaire steun voor dit type besluiten. Een controversiele beoordeling regering leid toch tot debatten.

3.       In alle gevallen kan het parlement ter verantwoording worden geroepen over de eventuele nadelige gevolgen van de inzet van de Nederlandse krijgsmacht en dus moet – als Nederland zich verplicht tot het leveren van troepen – dat in volle openbaarheid en met formele instemming gebeuren. Bijvoorbeeld ook om te vermijden dat de Nederlandse regering zich in het voortraject al te veel in internationaal verband committeert waardoor het parlement geen nee meer kan zeggen. Obama kan nog zo vaak bellen, het kattebelletje van “grondwettelijk geregeld toestemming, een toestemmingsvoorbehoud” moet altijd luider klinken. Op die manier zullen deze gesprekken altijd plaatsvinden onder voorbehoud van latere parlementaire instemming.

4.       Dan de actualiteit van art 96 GW, waarin staat dat “het Koninkrijk niet in oorlog wordt verklaard, dan na voorafgaande toestemming van de Staten-Generaal”, kan wat ons betreft ook hierin  meewegen. Ook al heeft Nederland sinds 1941 geen oorlogsverklaring meer afgegeven zoals bedoeld in art. 96, kan je de omvang en het karakter van de missie in Uruzgan (meer dan de helft van onze troepen zijn er immers ingezet!) én ook het feit dat vredesmissies en optreden in bondgenootschappelijk verband door elkaar lopen, de collectieve verdediging is hier gewoon het argument. Dan ook de procedure! Dat is niet art.100, maar art. 97.

5.       tenslotte zou ik u willen voorleggen wat er zoal in NRF of EU-battlegroup verband mogelijk is. Laten we eerst NRF eens nemen. Ik werd getriggered door een opmerking[7] van Generaal-Majoor Cobelens die ons eraan herinnert dat zodra de SG NAVO vroegtijdig begint met het verzamelen van troepen van lidstaten en hij daar niet of onvoldoende in slaagt (verre van denkbeeldig!) kan worden uitgeweken naar de Nato-Response-Force.

Dat is geprobeerd bij de eerste Afghaanse verkiezing van president Karzai. Maar dat kan ook op andere momenten dan verkiezingen, in geval van nood, enorme aanslagen, totale evacuatie. Stel Nederland zit op dat moment in de NRF, wat doen we dan? Trekken we onze troepen terug uit die NRF? Ik denk het niet? Hoe worden we trouwens ingelicht? Ik vind persoonlijk de geannoteerde agenda van de Razeb al summier, maar die van de NAVO-Raad is bijna een onbeschreven blad. Hypothetisch, maar niet al te hypothetisch!, kan de minister van Buitenlandse Zaken in de NAVO-raad zonder onze uitdrukkelijke toestemming troepen toezeggen? Formeel wel? Is het ondenkbaar? Is het ondenkbaar bij deze minister? Hetzelfde geldt trouwens ook voor de EU Battle Groups, maar daar hebben we tenminste de mogelijkheid – en vanaf morgen ook de procedure - van het plaatsen van een behandelvoorbehoud.

6.       ook wil ik graag weten of we in NRF/EU-verband niet gewoon ‘rekening man’ worden aangeslagen. Zie toespraak De Hoop Scheffer[8], die voorbeeld noemde van Nederlandse inzet in NRF-verband in Pakistan na de aardbeving (veldhospitaal nu, maar mogelijk miljoenen/miljarden euro’s voor een verlengd verblijf?)  

Vrz, de regering zal wijzen op het toetsingskader en de praktijk tot noch toe. Maar het toetsingskader is geen formeel toestemmingsrecht, het ís én blijft vrijblijvend en kent geen enkele juridische verplichting. Het huidige art.100 evenmin.

De praktijk is niet voorspelbaar. Het verleden is hier – letterlijk – geen garantie voor de toekomst, omdat Nederland zo weinig verleden heeft en dit verleden al zoveel dramatiek kent dat meer duidelijkheid gewenst en dus geboden is.  

De VVD-fractie stelt zich open voor overtuigende argumenten van dit kabinet, maar prefereert vooralsnog een grondwetswijziging, of tenminste een wetsverandering. Sowieso zou de zogenaamde derde termijn niet alleen moeten kunnen worden opgeschort doordat de regering nieuwe inzichten van de Kamer krijgt, maar ook door de Kamer indien in het art.100 debat nieuwe inzichten van de zijde van de regering dit noodzakelijk maken. Vanzelfsprekend moet iedereen hierbij de verantwoordelijkheid onder ogen zien om snel te handelen indien dit is geboden, maar zelfs onvoorziene omstandigheden worden door goede militairen geoefend en voorbereid. Always prepare for the next war, leave the last war to politicians.



[1] Juni 2006: Inzet met Instemming – de rol van de Tweede Kamer bij het uitzenden van militairen”

[2] Juni 2007: “Inzet van de krijgsmacht – Wisselwerking tussen nationale en internationale besluitvorming”

[3] Besselink, 15 mei 2006 ( TK 2005-2006, 30 162, nrs. 4-5)

[4] NRC Handelsblad, 29-12-2005 “Voornemen strijdig met art. 100”

[5] Volkskrant, 9 juli 2005, “Het oppergezag en het veto van Verhagen”.

[6] Volkskrant 9 juli 2005, zelfde artikel

[7] P.120 rapport-Van Baalen, TK 30 162, nr. 5 (bijlage)

[8] Teospraak Jaap de Hoop Scheffer, NIDV