Algemeen Overleg MIVD
| Internationaal - Defensie |
- bijvoorbeeld voor de missies van de Nederlandse krijgsmacht en voor bondgenoten,
- voor de veiligheid binnen die krijgsmacht en
- voor de veiligheid van ons land.
Deze belangen zijn enorm en dus mag er terecht een hoge standaard worden aangelegd voor het functioneren van de MIVD, dat geldt dus zowel de effectiviteit van haar optreden als haar interne functioneren.
Het optreden van de MIVD geschiedt vaak onder zeer moeilijke en uitzonderlijke omstandigheden. De VVD gaat dit debat in met twee meetlatten; een operationele en een functionele.
Om met de laatste – de functionele meetlat - te beginnen. De berichten over een totaal (1) verziekte werksfeer en (2) brede arbeidsonrust binnen de MIVD waren aanleiding voor het onderzoek van de heer Lutken, dat ons in december werd aangeboden. Ondertussen hebben wij ook de kans gehad om met de heer Lutken zelf te spreken. Uit dat gesprek en het rapport komen een aantal heldere conclusies naar voren:
- Van brede arbeidsonrust en een verziekte werksfeer bij de MIVD is geen sprake.
- wel is de dienst gegroeid als kool (bijna 800 personeelsleden) en dit is duidelijk met groeistuipen gepaard gegaan. De personeelsconflicten die dit ondermeer met zich meebracht zijn toch vooral incidenteel, en bleken soms snel oplosbaar
- de communicatie binnen de dienst is hiërarchisch, en duidelijk voor verbetering vatbaar, dat geldt ook voor de personeelszorg in het algemeen
- frustraties en hoge werkdruk zijn wel waargenomen, maar hangen samen met de buitengewone inspanningen die moeten worden verricht ter ondersteuning van de missies en reorganisaties die hebben plaatsgevonden
- op één afdeling zij de problemen structureler van aard, maar die problemen zijn volstrekt geïsoleerd van de rest van de dienst. Het betreft hier een oud en overzichtelijk personeelsconflict dat ook de voornaamset bron van de voortdurende stroom publicaties lijkt te zijn.
- er ontbreekt voldoende managementcapaciteit om de voortdurende taakuitbreiding, de personeelszorg, de sterk oplopende werkdruk en de gevraagde tweeweg-communicatie te bieden.
MdV,Ik heb zelf gewerkt bij een telecombedrijf dat 800 personeelsleden had, in amper drie jaar tijd een licentie verwierf en landelijk mobiel (GSM en UMTS) netwerk moest uitrollen over een land zo groot als België, dat twee keer van naam veranderde en waarvan het Nederlandse moederbedrijf – ondanks de massale investeringen die moesten worden gedaan – de marges onder enorme druk zette omdat de aandeelhouder dat eiste. Het was een fantastische tijd, maar ook een roller-coaster van formaat. Het personeelsverloop was enorm, maar na enkele blunders en ook wat geluk verwierf dit bedrijf zichzelf een redelijk marktaandeel. Het bedrijf heette Base en het veroverde na België ook Duitsland.
MdV,Wat wij daar deden in België is nu nog een voorbeeld in de telecomsector. Maar het kan niet tippen aan de MIVD die in de provincie Uruzgan een netwerk van informatie moest opbouwen om daarmee een inktvlek-strategie uit te rollen en dat alles in vaak levensbedreigende omstandigheden. Vrz, in alle eerlijkheid…ik sta niet te kijken van de problemen bij de MIVD. Ze komen me buitengewoon herkenbaar, zelfs logisch voor. Daarmee praat ik ze verre van goed, maar ze lijken me – op basis van het rapport – oplosbaar. Waar ik wel van opkijk is dat op geen enkele manier de toegenomen operationele kwaliteiten van de dienst in de berichtgeving een rol lijkt te spelen. Bij herhaling wordt door dezelde medewerkers die bovengenoemde problemen constateren ook vastgesteld dat de MIVD, enorm gegroeid is qua capaciteiten onder het huidige management, de dienst “internationaal op de kaart is gezet” en uitdagingen aankan die het daarvoor niet aankon. Sterker nog, er zij operationele voorvallen – waarop wij in het openbaar niet kunnen spreken – waarbij de inschatting (“good judgement”) van de directeur MIVD in positieve zin het verschil maakten. Onderzoeker Lutken kon de berichtgeving waarin het omgekeerde werd beweerd niet bevestigen, maar verklaarde dit uit slecht communiceren na afloop van operatie wat er werkelijk had gespeeld. Kan de minister daar iets over zeggen, zonder in operationele details te vervallen? Ik doel dan met name op berichtgeving in de media als zouden agenten van de MIVD in gevaar zijn gebracht.
Vrz, ik heb ook zelf mijn licht opgestoken in de veiligheidsgemeenschap en daar hoor ik dezelfde waarderende geluiden. Onderdeel van het Nederlandse succes in Afghanistan moet dan ook op conto van de MIVD worden bijgeschreven. Sterker nog, Nederland heeft met de MIVD officiële toegang verschaft tot wat nu de ‘four-eyes-community” heet en die bestaat uit GB, de VS en Canada. Daarmee zijn we het enige niet-Angelsaksische lid en in de inlichtingengemeenschap is die toegang en dat vertrouwen die vormen de sleutel tot het verkrijgen en valideren van de denkbare inlichtingen. Iedereen die in dit huis, n.a.v. het rapport-Davids heeft staan beweren dat de Nederlandse inlichtingenpositie zelfstandig en niet reactief en van het hoogste niveau moet zijn, kan zijn krokodilletranen vandaag maar beter binnenhouden. Voor de VVD geldt dan ook dat de operationele kwaliteiten van de MIVD de belangrijkste maatstaf zijn. En die is duidelijk gegroeid en verbetert. Maar die mag niet in gevaar worden gebracht door functionele en organisatorische tekortkomingen. Onze vraag is dan ook simpel: minister hoe gaat u de MIVD en het management helpen heel snel haar problemen met personeelszorg, communicatie, werkdruk en managementzwakte helpen oplossen opdat het goede werk niet wordt ondergraven.
Veiligheidsonderzoeken
Daarbij vraagt de VVD in het bijzonder aandacht voor 1 probleem dat de veiligheidsonderzoeken betreft. Het grote aantal veiligheidsonderzoeken dat moet worden verricht voor alle vertrouwensfuncties (bijna 90% Defensieorgansiatie), zeker bij een missie van de huidige omvang, lijkt ‘too big too handle’ te zijn. Er is nu 2x gereorganiseerd en nog steeds lijkt de capaciteit onvoldoende. Hoe gaat de minister de MIVD helpen dit probleem aan te kunnen. Moet er mankracht bij? Moet deze belangrijke taak in een aparte dienst worden ondergebracht? De minister geeft in zijn brief van 11 maart een aantal aanzetten, maar die roepen ook vragen bij mijn fractie op. Het verlengen van de geldigheidsduur van veiligheidsonderzoeken op niveaus B en C verlengen tot 10 jaar, om daarmee af te komen van de standaard-herhaalonderzoeken staat wat mij betreft in schril contrast tot het optreden van Defensie inzake korporaal P. De minister zegt dat dit soort gevallen nu kan worden voorkomen. Als jij dat zo graag wil, snap ik niet dat hij het advies van de Bezwaren commissie veiligheidsonderzoeken eigenhandig naar de prullenmand heeft verwezen.